Binnendoor naar de Oostzee

Geschreven door Wim van den Broek.
Datum: 23 februari 2024.

Er zijn drie verschillende manieren om naar de Oostzee te komen; over zee, over de Wadden en door Noord-Duitsland. Door Duitsland zijn er weer vier mogelijkheden. De zuidelijkste mogelijkheid is via het Mittellandkanal. Noordelijker kan het via het Haren-Rütenbrock-Kanal. Nog noordelijker kan het via het Küstenkanal en ten slotte de noordelijkste route via het Ems-Jade-kanal. Deze laatste route kan echter vanaf Wilhelmshafen alleen verder over het wad of over zee.
Dit artikel gaat over het varen via het Küstenkanal naar de Oostzee. Het is gebaseerd op ervaringen van 6 vakanties, maar de laatste was in 2016.

Waarom binnendoor?

Nadeel: mast strijken, sluizen en alleen motorvaren tot Otterndorf, de route duurt langer dan over zee naar het Nord-Ostsee-Kanal. Aan het einde van dit artikel wordt ingegaan op de mogelijkheden om brandstof te tanken, op de te passeren sluizen en de afstanden.
Voordeel: minder afhankelijk van het weer dan op zee zoals mist of storm, waardoor die route langer kan duren, of zelfs langere tijd niet door gaat. Dat laatste kan voorkomen aan het eind van de vakantie als de dagen “op” zijn en de plicht roept. Binnendoor weet je beter hoeveel tijd je nodig hebt om op de Oostzee te
komen, maar wat dus nog belangrijker is dat je weet dat je weer op tijd thuis kunt komen. Persoonlijk vind ik deze route ontspannend en veilig en onderweg kun je ook genieten van een mooie tocht en van plaatsen als Oldenburg, Bremerhafen, Bederkesa of Otterndorf.

De beschreven reis binnendoor begint bij de Zeilvereniging Neptunus in Delfzijl. Deze reis kan niet gemaakt worden met een staande mast en als de mast al niet eerder gestreken is is het verstandig om dat in deze haven te doen. Aangezien er sluizen genomen moet worden verdient het aanbeveling om de mast over de gehele boot te leggen. In verband met de kwetsbare instrumenten aan of op de top, is het beter om de voet van de mast bij de boeg uit te laten steken en de top van de mast zo dicht mogelijk bij het roer te houden. Bij het manoeuvreren in sluizen kijk je meer naar voren en is het prettig als er achter geen kwetsbare dingen uitsteken.

Omdat ook drie brede riviermondingen bevaren moeten worden dient de mast stevig vastgesjord te worden; niet alleen in de
breedte, maar ook in de lengte van de boot. Alle drie de riviermondingen liggen wat verder landinwaarts en zijn weliswaar goed beschut tegen zuidelijke en westelijke winden, maar golfslag, veroorzaakt door wind of andere schepen, is bijna gegarandeerd.
De haven van Neptunus in Delfzijl is een getijdehaven met drijvende steigers. Van hieruit gaat de reis eerst 4 km door het havenkanaal, waarna de Eems overgestoken moet worden (Let op voor dwarsstroom) om aan de Duitse kant, achter de strekdam, de Eems verder op te varen. In verband met het getij is het goed om rond laag water te vertrekken. Eenmaal overgestoken helpt de vloedstroom mee om het getijdegedeelte van de Eems omhoog te varen tot de sluis bij Herbrum. De ebstroom op de Eems kan zeer krachtig zijn (tot 7 km/uur), maar de vloedstroom is minder sterk. Afhankelijk van de bereikte snelheid kom je rond hoog water aan bij de sluis. Na passage van de sluis volgt het gestuwde deel van de Eems (Dortmund-Ems-Kanal). De volgende sluis bij Bollingerfähr ligt al op 6 km. Als die sluis ook gepasseerd is ligt na 3 km aan bakboord de afslag naar het Küstenkanal. Deze afslag is duidelijk aangegeven en 5 km na de afslag volgt dan de sluis van Dörpen. Dit deel van de route kan afhankelijk van het tijdstip van vertrek uit Delfzijl, en de tijd die nodig is om de drie sluizen te passeren, meestal in één (lange?) dag genomen worden. Daarna is er meestal ook wel behoefte om een haven op te zoeken. De eerste jachthaven is Dörpen-Lehe op 500 meter na de sluis aan bakboord. De volgende jachthaven is van de Yachtclub Surwold op 10 km van de sluis. Beide jachthavens zijn klein en rustig. Het Küstenkanal is bijna 70 km lang. Het is een heel rustig vaarwater met weinig vrachtvaart, maar heeft verder geen jachthavens tot Oldenburg. Een kortere en heel mooie route zou kunnen zijn via de Leda en het Elisabethfehn-Kanal, maar de maximumdiepgang van dat kanaal is helaas slechts 90 cm. Vóór we de jachthaven van Oldenburg
kunnen binnenvaren moet eerst de sluis die het Küstenkanal scheidt van de Hunte genomen worden. Twee km na de sluis, waar de Hunte naar rechts afbuigt, ligt aan bakboord de jachthaven. Dit is weer een getijdehaven met drijvende steigers en ligt tegen het centrum van Oldenburg aan. Afhankelijk van het getij, kan doorgevaren worden naar Elsfleth of Bremerhafen, maar een kort verblijf in Oldenburg is beslist geen straf.
Het traject Oldenburg – Bremerhafen is weer geheel afhankelijk van het getij.

Het is het beste om even vóór of met hoogwater te vertrekken vanuit Oldenburg. Daarbij is er één aandachtspunt; op 500 meter van de jachthaven doemt de spoorbrug op. Deze brug wordt bediend en de bedieningstijden hangen op het publicatiebord in de jachthaven. Op gegeven moment is het ook mogelijk om onder het vaste gedeelte van de brug door te varen, maar dan ben je wel een deel van het getij kwijt; dat kan dan op de Weser bij Bremerhafen tegen gaan lopen.
De (Unter)-Hunte is een mooie, redelijk snelstromende getijderivier die door fraai landschap slingert en bij Elsfleth uitmondt in de Weser. Tussen Oldenburg en Elsfleth zijn geen aanlegmogelijkheden; bij Elsfleth is aan bakboord een lange steiger om aan te leggen. De Weser is een heel brede getijderivier met mooie oevers, waar ook zeeschepen en vrachtschepen gebruik van maken om naar Bremen te varen. Deze schepen varen rustig en vormen geen probleem. Eenmaal bij Bremerhafen draaien we de Geeste op. Aandachtspunten daarbij zijn dat er grote veerboten varen tussen Nordenham en Bremerhafen, die ook de monding van de Geeste invaren en kort erna aan stuurboord aanleggen. Aan bakboord liggen ook nog loodsboten in de monding. In Bremerhafen zijn diverse mogelijkheden om af te meren aan steigers. In verband met verzanding van de Geeste is het wellicht het beste om aan stuurboord, vóór de eerste brug, af te meren. Verderop zijn aan bakboord ook twee heel goede steigers maar daar zakten wij 6 jaar geleden in de modder en dan kun je pas later gaan varen, als de motor weer koelwater aan kan zuigen. Dit kan een probleem vormen omdat we met de vloedstroom mee omhoog willen varen. We komen op de Geeste vaste bruggen tegen, waarvan de derde redelijk laag is. Het varen door Bremerhafen is een bijzondere belevenis. In Bremerhafen staat een kerk met een mooie open torenspits.

Varend zie je die toren zowel vóór je en dan weer náást je, dan weer áchter je, dan weer aan de andere kant enz. en als laatste weer áchter je. Eenmaal boven aan de Geeste komen we bij de sluis van het Tidesperrwerk. Na de sluis varen we nog een tijdje op de Geeste in een landschap dat doet denken aan Friesland, maar op gegeven moment gaan we bakboord uit, het Hadelnerkanal op. De Geeste en het Hadelnerkanal, formeel Schifffartsweg-Elbe-Weser, worden vrijwel alleen gebruikt door pleziervaart en af en toe een vaartuig voor onderhoud van oevers o.i.d. Voor nadere informatie over de Schifffartsweg zie verderop bij de gegevens over de sluizen.

Na 10 km varen komen we bij de sluis van Lintig. Kort erna zijn we in Bederkesa. Daar zijn veel mogelijkheden om aan te
leggen, aan de oevers van het kanaal. Vanuit Bederkesa vervolgen we het kanaal naar Otterndorf. Dit gedeelte van het kanaal loopt door een overwegend vlak agrarisch landschap, met veel windturbineparken. Aan het einde van het kanaal krijgen we
de sluis die toegang geeft tot de Elbe. Kort na de sluis ligt aan bakboord de jachthaven van Otterndorf waar de mast weer overeind gezet kan worden.

De reis van Delfzijl binnendoor naar Otterndorf is in vier, soms lange, dagen te doen, met overnachtingen in Dörpen of Surwold, en vervolgens in Oldenburg of Elsfleth en daarna in Bremerhafen of Bederkesa. Ook de haven van Otterndorf is een getijdehaven met drijvende steigers. Een deel van de haven zakte in de modder, dus uitkijken waar je gaat liggen, want je wilt met opkomend water vertrekken richting het Nord-Ostsee-Kanal (NOK). We varen de Elbe óp, dus als het even kan met de stroom mee. Vanuit de haven vaar je eerst door een smalle geul (de Medem) tussen prikken naar de bebakende vaargeul. (Pas op
voor dwarsstroom). De vaarweg voor de zeeschepen loopt langs de zuidelijke oever. De Elbe is zeer breed en er is aan de zijkanten ruimte te over om ver van de zeeschepen te blijven. Het beste is om aan de zuidelijke oever te blijven en pas bij Brunsbüttel over te steken, voorbij het punt waar de zeeschepen het kanaal al ingevaren zijn. Let op: er varen ook schepen door naar Hamburg én er komen ook (zee)schepen vanuit Hamburg met bestemming NOK of Noordzee. De meeste zeilboten die “overzee” varen, gaan ook via het NOK naar de Oostzee en dan komen alle routes bij Brunsbüttel samen. Voor meer informatie over het varen op het NOK verwijs ik graag naar de website van wsv.bund.de:
gdws.wsv.bund.de/DE/schifffahrt/01_seeschifffahrt/nord-ostsee-kanal/Sportboot-NOK/Flyer/PDF_Merkbl_Spobo_dt.pdf?__blob=publicationFile&v=3. Daar is in een PDF- document veel informatie te vinden over de regels en de “verkeerslichten” bij de sluizen en in het kanaal.

Bij het NOK is alles groot, breed en hoog (bruggen 40 m). De vaarsnelheid is ook voor zeeschepen beperkt (15 km/u en voor de grootste 12 km/u) waardoor je vaak weinig last hebt van golven. De zeeschepen hebben kanaalloodsen aan boord. Als grotere konvooien elkaar moeten passeren kan het gebeuren dat de (plezier)vaart stil moet liggen wachten. Dit wordt geregeld met lichtopstanden langs de wal en kun je ook horen op de marifoon. De regelingen en lichtvoering op het kanaal zijn niet makkelijk te doorzien. Het is dan ook goed om thuis op de website al informatie te verzamelen, uit te printen en mee te nemen. Het NOK is 100 km lang en mag door de pleziervaart alleen tussen zonsopkomst en zonsondergang bevaren worden (de juiste tijden staan op bovengenoemde website). Er varen in het kanaal verschillende vrijvarende veren, die voorrang hebben. Als overnacht wordt in Brunsbüttel is het kanaal in één dag te doen.
De enige jachthavens in het kanaal zijn de jachthavens van Brunsbüttel en Rendsburg. De eerste jachthaven ligt direct achter het sluizencomplex aan bakboord en grenst aan het centrum van Brunsbüttel. Deze haven ligt pal naast de sluis en de zeeschepen
varen op een steenworp afstand langs. Een imponerend gezicht soms, maar last heb je er niet van. Na passage van de sluis moet je om in de jachthaven te komen alle verkeer uit de andere twee of drie sluizen passeren en daarbij moet je ook rekening houden met de vrijvarende veerboten en de vele werkboten.

De jachthavens van Rendsburg liggen bij KM 66. Na de passage van de beroemde spoorbrug, de Rendsburger Hochbrücke met het eronder hangende veerpontje, vaar je aan bakboord de Ober-
Eider op. Je ziet dan na ongeveer een kilometer aan bakboord het jachthaventje van Eider-Marina-Rendsburg en aan stuurboord steigers van de Büdelsdorfer Yachtclub. De haven van Regatta Verein Rendsburg ligt een kilometer verder tegen het centrum aan. Voor alle mogelijkheden om aan het kanaal te overnachten verwijs ik weer naar de website.

Het kanaal-/sluizengeld dient betaald te worden door middel van betaalautomaten bij de sluis van Kiel-Holtenau; zie kaartje verderop bij de gegevens over de sluizen.
Na passage van de sluis van Kiel-Holtenau wacht ons de Kieler Förde en de Oostzee en kunnen we echt gaan ZEILEN.

Brandstofvoorzieningen langs deze route

Aangezien het op de gehele route lastig is om benzine of diesel te tanken, is het verstandig om de tank in Delfzijl volledig te vullen
en indien mogelijk ook gevulde jerrycans als reserve mee te nemen. Aan boord hebben wij een opvouwbare krat met wieltjes en een uitschuifbaar handvat. Daar passen twee jerrycans van elk 10 liter in.
Aan het Küstenkanal kan vanuit de jachthaven van Sürwold met jerrycans getankt worden bij een tankstation aan de Papen-burgerweg op ongeveer 300 meter lopen. In Oldenburg kan dat op een afstand van 850 meter van de haven en in Elsfleth is het ongeveer 400 meter gaans. De benzine-/dieselpompen in Bremerhafen, Bederkesa, Otterndorf en Brunsbüttel liggen ver weg van de steigers/haven waar aangelegd kan worden. De eerste pomp aan het water is in Rendsburg (NOK) bij Regatta Verein Rendsburg aan het eind van de Ober-Eidersee. Eenmaal in het Kieler Förde kan getankt worden aan het water bij o.a. Laboe en bij Strande.

Algemene opmerkingen over sluizen in Duitsland op deze route

De sluizen zijn primair bedoeld voor de beroepsvaart en daarvoor ingericht. Dat kan betekenen dat je soms wat langer moet wachten voor je aan de beurt komt. Er zijn ook weinig of geen voorzieningen om buiten de sluizen te wachten. De mogelijkheden voor jachten om vast te maken zijn beperkt en bevinden zich soms alleen aan het begin of het eind van de sluiskolk. Het is dan ook belangrijk dat er lange meertrossen aan boord zijn.
Sluizen in de Eems Herbrum->Bollingerfähr->
Kustenkanal: sluis Dörpen-> sluis Oldenburg.

De sluizen van Herbrum en Bollingerfähr worden bediend van 06.00 uur tot 22.00 uur. Het sluizencomplex van Herbrum lijkt twee sluiskolken te hebben. De sluis aan stuurboord, de weste-
lijke sluis, heeft muren van damwand. De andere sluis is niet meer in bedrijf. Het sluizencomplex van Bollingerfähr heeft twee sluiskolken. De sluis aan stuurboord, de noordelijkste sluis, heeft ook muren van damwand. De andere sluis heeft schuin oplopende
randen en palen (ongeveer 10 meter uit elkaar) om aan vast te maken. Bij deze sluis zijn aan de stuurboordzijde ook enkele hoge steigers. Op Google Maps kun je een beter beeld krijgen van deze sluizen.

De sluis bij Dörpen is vrij eenvoudig te passeren en redelijk vergelijkbaar met de in Nederland bekende sluizen, maar wel met inachtneming van de algemene opmerkingen van boven. De sluis van Dörpen wordt bediend van 06.00 uur tot 22.00 uur, maar is op zondagmiddag gesloten vanaf 14 uur. Het verval is niet erg groot.
Aan het eind van het Küstenkanal ligt de sluis van Oldenburg. Ook deze sluis is niet moeilijk te nemen. Bijzonderheden bij deze sluis zijn ten eerste dat de sluisdeur aan de kanaalkant naar voren omlaag klapt en onder water verdwijnt. Ten tweede kan het verval groot zijn en hangt af van de waterstand op de Hunte (getijderivier). Dit kan er toe leiden dat er niet geschut kan worden als de Hunte te laag staat (i.v.m. sluisdrempel). De sluis wordt bediend van 06.00 uur tot 22.00 uur, maar op zondag-middag is de sluis vanaf 12.00 uur gesloten.

Het volgende deel van de route met sluizen is de Schifffahrtsweg Elbe-Weser van Bremerhafen naar Otterndorf. Dit deel van de route wordt vrijwel alleen door pleziervaart gebruikt. De eerste
sluis is de sluis in de Geeste bij het Tidesperrwerk, aan de rand van Bremerhafen Dit is een kleine sluis maar het verval kan groot zijn afhankelijk van het getij. De volgende sluis ligt in het Hadelnerkanal. Het is de sluis van Lintig, 2 kilometer voor Bederkesa. Dit is een zelfbedieningssluis die met drie drukknopen bediend moet worden. De drukknoppen zijn vanaf de boot makkelijk te bereiken. Het hoogteverschil is zeer beperkt. De laatste sluis in dit traject is de sluis van Otterndorf. Hier gaat het vaarwater door de dijk van de Elbe. De sluis is vernieuwd en sinds 11 juli 2022 weer open. De sluis is kleiner geworden maar veel meer ingericht voor de pleziervaart. Ook hier is het verval afhankelijk van het getij.

Het laatste traject met sluizen is het Nord-Ostsee-Kanal (NOK).
De sluizen zijn net als het kanaal gigantisch. Beide sluizen worden 24/7 bediend. De zuidelijke sluis bij Brunsbüttel wordt het meest gebruikt voor pleziervaart en heeft drijvende balkensteigers om
vast te maken. (Let op: de steigers kunnen glad zijn; stootwillen op de waterlijn hangen). De invaart van de sluizen wordt geregeld met lichten op het landhoofd. Uitluisteren op de marifoon is aan te bevelen. De boot moet varend gehouden worden op de (stromende) Elbe ten zuiden van het sluizencomplex. Na passage van de sluis ligt aan bakboord de jachthaven en om daar te komen moet je alle verkeer uit de andere twee of drie sluizen passeren en moet je ook rekening houden met de vrij varende veerboten en de vele werkboten.

Voor meer informatie over het varen op het NOK: website van wsv.bund.de
(gdws.wsv.bund.de/DE/schifffahrt/01_seeschifffahrt/nord-ostsee-kanal/Sportboot-NOK/Flyer/PDF_Merkbl_Spobo_dt.pdf?__blob=publicationFile&v=3). Daarin een PDF-document met veel informatie over de regels en de “verkeerslichten” bij de sluizen en in het kanaal.

De laatste sluis die genomen moet worden is de sluis van Kiel/Holtenau. Hier moet ook het sluizengeld/kanaalgeld betaald worden. Aan bakboord is een steiger met een betaalautomaat.
Voor de terugreis staat de automaat op de kade. De “kleine” sluizen aan de noordzijde, die altijd voor de pleziervaart gebruikt werden, worden vernieuwd en zijn volledig buiten gebruik. Alleen de grote sluizen zijn beschikbaar, ook die hebben drijvende balkensteigers. We mogen daar schutten samen met de grote zeeschepen – een bijzondere ervaring.

AFSTANDEN

Delfzijl – Emden 17 km
Emden – sluis Herbrum 55 km
Sluis Herbrum – Küstekanal 11 km
Afslag Küstenkanal – Dörpen 5 km
Dörpen – sluis Oldenburg 65 km
Oldenburg – monding Geeste in Bremerhafen 52 km
monding Geeste – Tidesperrwerk 5 km
Tidesperrwerk – sluis Lintig 22 km
sluis Lintig – Bederkesa 2 km
Bederkesa – sluis Otterndorf 32 km
Otterndorf – Brunsbüttel 18 km

Totaal 294 km

Tot zover onze ervaringen en kennis. Voor een goede voorbereiding van de tocht kun je aan de hand van dit artikel en met gebruik van Google Maps een aardige indruk krijgen wat je zelf gaat ervaren.

De bemanning van het Zeepaard wenst iedereen een aangename en veilige reis naar en veel zeilplezier op de Oostzee; het is meer dan de moeite waard.

Wim van den Broek


1 reactie op “Binnendoor naar de Oostzee”

  1. pft103

Laat een reactie achter