12 juli 2010 (derde reis)

Geschreven door Henk Oosterwijk.
Datum: 12 juli 2010.

Ik heb me op Porto Santo een week lang prima vermaakt. Daar leerde ik o.a. Sue Thatcher kennen die heeft meegewerkt aan de Imray Guide voor de Atlantische eilanden. Ze heeft veel foto’s gemaakt van de Kaapverdische Eilanden en de Azoren. Jarenlang zeilt ze al in de wereld en doet aan diverse bekende wedstrijden mee. Haar man houdt minder van het varen en meer van havens, dus die blijft vaak aan de wal terwijl zij dan met vrienden erop uit trekt. Ze is de zeventig gepasseerd, maar ik mag hopen dat ik nog zo actief ben als zij nu is. Toen ik haar ontmoette was ze druk bezig haar boot van een nieuwe laag anti-fouling te voorzien. Rotwerk vond ze het, maar het moet nu eenmaal gebeuren. Ze was erg geïnteresseerd in mijn boot omdat ze gezien haar leeftijd toch wel merkte dat haar 11,5 meter boot een beetje te arbeidsintensief voor haar werd. En dan zou een kleine boot als de Midget 26 ideaal voor haar zijn. Kon ze toch blijven zeilen. Ik heb haar Ariës windvaan stuurinrichting kunnen repareren, waarmee ze erg gelukkig was. En zij heeft voor mij twee nieuwe lierhendels en bescherming voor het want uit Engeland meegebracht. Ze ging vanuit Porto Santo terug naar Engeland met het vliegtuig om het huwelijk van haar zoon mee te maken en daarna heb ik de spullen van haar gekregen op het vliegveld van Madeira toen ze medio juni terugvloog. En zo helpen oceaanzeilers elkaar omdat ze maar al te goed weten hoe moeilijk het soms kan zijn onderweg aan de juiste spullen te komen.

Op maandag 24 mei heb ik mijn scheepspapieren weer opgehaald bij het Marinakantoor en heb ik me afgemeld bij de officials. Om 20.00 uur probeerde ik te slapen tot 04.00 uur, maar ik was in mijn hoofd teveel bezig met de nieuwe bestemming Madeira. Een uur later ben ik dan ook uit bed gegaan en ben vertrokken. Ik had de hele overtocht een goede wind, maar zodra ik bij Madeira was werd de wind minder totdat ik nog maar anderhalve knoop voer. Toen heb ik de motor gestart en heb de laatste mijlen op motor en zeil gevaren. Met wat ervaring uit het verleden weet je dat het hier niet om een windrichting verandering gaat, maar gewoon om windstilte. En dat bleek ook zo te zijn. Onderweg bij Funchal kwam er nog een patrouilleboot van de marine in de buurt. Ik heb hem met mijn vlag gegroet, maar de groet werd niet geretourneerd. Dat heb ik vaker meegemaakt in het zuiden. Ze houden zich niet zo aan die gebruiken. Bij onze marine doen we dat wel, dat weet ik uit ervaring. De bergen van Madeira zijn prachtig groen, met hier en daar een waterval. Overal zie je ook tunnels en viaducten, dus het wegennet op Madeira is goed verzorgd. Bij binnenkomst in de haven van Calheta werd ik tegemoet gevaren door een marinero die mij naar mijn steiger begeleidde. Ik had ze, zoals geadviseerd in de pilot, opgeroepen voordat ik de haven binnenvoer. Er is door de nauwe ingang weinig manoeuvreerruimte in de haven en dan is het goed als ze je meteen naar je plaats begeleiden. De formaliteiten werden allemaal afgehandeld in het Marinabureau. Dus geen uniformen deze keer. Als ze mijn papieren nog een keer wilden zien, zouden ze zich wel bij mij melden. Ik ga ervan uit dat het Marinabureau de kopieën ook doorgeeft aan de officiële instanties. De Marina van Calheta heeft het goed voor elkaar. Een mooie promenade met restaurants en een supermarkt op loopafstand. Het water is glashelder en de steigers liggen er goed bij. Hier zou ik het wel een maand kunnen volhouden.

In de haven van Calheta leerde ik Nederlandse Dirk kennen. Dirk zorgt voor de aanvoer van betalende vaargasten voor twee bootjes waarmee dolfin watching, big game fishing en little big game fishing wordt gedaan. Op de tweede dag van mijn verblijf leerde ik hem kennen en een paar uren later had hij mijn hulp nodig omdat de schipper van een van de bootjes waarvoor hij klanten werft had laten weten dat hij op volle zee dreef omdat de motor niet meer gestart kon worden. We zijn toen met mijn boot uitgevaren en hebben twee mijlen uit de kust aanwijzingen gegeven om de motor alsnog te starten. De motor bleek verzopen te zijn en na de aanwijzingen startte hij wel. Dirk had in zijn jonge jaren, hij was inmiddels zeventig, veel over de wereld gezworven met eigen boot of als bemanning en kon daar prachtige verhalen over vertellen. Op de derde dag heeft hij mij driekwart van het eiland laten zien, toen hij vrienden naar het vliegveld bracht en vroeg of ik zin had om mee te rijden. We hebben Funchal bezocht en nog vele andere kleine kustplaatsjes op Madeira. Hij heeft me de ravage laten zien die er na de aardverschuiving in februari nog steeds is op het eiland. En niet alleen in Funchal, maar op meerdere plekken is een modderstroom met grote rotsblokken naar beneden gekomen en heeft veel verwoest. Ze waren nog steeds met grote werktuigen aan het opruimen en diverse wegen hadden omleidingen.

En dan waren daar ook nog Argentijnse Juan Pablo met Braziliaanse Renate en Franse Mathieu met Spaanse Jessica. Zij varen met een grote rubberboot met vaste bodem (RIB) waarmee ze aan toeristen dolfijnen of zelfs walvissen laten zien. Zij namen mij op een avond mee naar een barbecue bij een Belgisch gezin dat al heel lang op het eiland woont en daar dus veel over kon vertellen. En zo kom ik normaliter gedurende een maand verblijf veel te weten over een plek op de wereld. Gewoon praten met mensen die er al jaren wonen en hun mening over bepaalde zaken van tijd tot tijd hebben bijgesteld. Want als je zelf je conclusies trekt dan kun je er wel eens helemaal naast zitten.

Op zaterdag 12 juni maakte ik een zeiltochtje voor de kust bij Calheta en zag mijn eerste vliegende vis. Later zou ik er voor de kust nog een zien. Het was prachtig om te zien hoe hij 100 meter een paar meter boven het water vloog en onderdook. Hele mooie vleugeltjes had hij en het was net een elfje. Misschien overdrijf ik nu wat, maar ik was wel onder de indruk van deze zeebewoner. Heel anders dan een vogel, want de vleugels van een vliegende vis lijken wel doorzichtig en je ziet door de schubben veel zilverkleuren in de zon glitteren. Een mooie ervaring. En eerder die week had ik al een kleine haai gezien.

Ik had in Calheta ook alle tijd om de boot nog beter op orde te krijgen voor lange reizen. Zo heb ik mijn flexible zonnepaneel voorzien van twee plastic buizen waardoor hij scharnierend aan de reling is opgehangen. Met een steun kan ik hem horizontaal klappen zodat hij onderweg nog meer zonlicht oppakt. Een hele verbetering voor de energiehuishouding. En dan heb ik verder een passaattuig gemaakt. Als je de wind van achteren hebt, dan boom je de genua uit, m.a.w. de genua wordt d.m.v. een boom naar buiten gehouden. Als je nu je genua snel in moet draaien omdat er windstoten zijn (zgn. squall), dan zou je hem eerst los moeten maken van de boom en de boom moeten opbergen. Een heel gedoe en allemaal tijdverlies op belangrijke momenten. Als je de boom echter fixeert met drie lijnen en de genuaschoot door het oog van de boom laat gaan, dan kun je de genua indraaien terwijl de boom gewoon blijft staan. Is de harde wind voorbij dan draai je hem weer uit en alles is weer als voorheen. Ook dat is een prima verbetering tijdens het varen. Ik had de truc al eens gelezen, maar Sue Thatcher heeft me aan de hand van een tekening nog eens uitgelegd hoe ze het op haar boot geconstrueerd heeft. Aan de andere kant kun je dan op dezelfde manier een tweede genua zetten. Omdat ik geen tweede boom heb, heb ik die constructie met behulp van de giek gemaakt. En dat werkte heel goed. Ik heb regelmatig geoefend met het snel indraaien en uitzetten van beide genua’s. Een rolfok heeft twee sleuven en zo kun je dus twee voorzeilen zetten.

Op donderdag 17 juni heb ik met Dirk een Engelsman op het vliegveld afgeleverd en de spullen die Sue voor me had meegenomen in ontvangst genomen. Haar landing was 15 minuten vertraagd en ze had maar een halfuurtje om in te checken voor haar doorvlucht naar Porto Santo. Het was dus een hele snelle overdracht van de spullen en toen moest ze al weer snel door naar de incheckbalie. Ik heb haar per email bedankt voor haar moeite om alles in Funchal te krijgen. Met Dirk ben ik toen nog een rondrit gaan maken over Madeira waarbij we ook nog bepaalde boodschappen hebben gedaan. Dirk moest bij een meubelzaak ergens in het binnenland zijn en zo kom je op plaatsen waar je als toerist normaliter helemaal niet komt. Het werd een leuke dag, want Dirk is goed gezelschap. Nog dezelfde avond heb ik de wantbescherming aangebracht. Ik ben heel tevreden over de degelijke kwaliteit van de beschermers. Het zal me goed van pas komen bij het voor de wind varen, want als het grootzeil helemaal uit staat komt hij nu niet meer tegen het kale want. Schafielen is iets waar je tijdens lange tochten echt voor moet oppassen. Voor je het weet gaat iets kapot, terwijl je het over het algemeen kunt voorkomen.

De volgende dag heb ik verder gewerkt aan mijn passaattuig. Ik had daarvoor spullen gekocht bij de scheepswinkel in Funchal. De daar bestelde Spaanse beleefdheidsvlag en die voor de Kanarische Eilanden heb ik laten vervallen. Ik had al 3 1/2 week gewacht en er was geen uitzicht op levering. Zo gaat dat als je ver van huis bent. Het wordt steeds moeilijker om aan je spullen te komen. Maar ook daar wen je aan.

Zaterdag 19 juni heb ik aan Mark, een Engelse big game visser die chartertochten uitvoert, gevraagd om me te helpen bij het uitzoeken van een goede hengel en molen. Ik had besloten dat ik mijn bezwaren tegen het vissen tijdens mijn reizen moest laten varen. Het zou immers wel eens noodzakelijk kunnen zijn om te leven van hetgeen zich onder water bevindt. En betere deskundigen dan in de haven van Calheta zou ik zo snel niet meer vinden. De wateren van Madeira staan erom bekend dat daar de grootste Blue Marlins leven. En dat is de hoofdprijs voor de big game visser. In de haven van Calheta was een weekend geleden een grote wedstrijd voor deze big game vissers. Het huren van een boot voor een dag kost al gauw 1000 euro, dus we praten ook nog eens over big money. Mark had in no time mijn hengel en molen uitgezocht en hielp me bij het optuigen van de hengel. Duitse Robert heeft me vervolgens geholpen met het uitzoeken van het juiste aas. Hij is de representant voor Duitsland van de International Game Fish Association en deed mee aan de wedstrijd. De volgende dag kwam Mark met een enorme tonijn de haven binnen. De vis werd opgehangen en er werden foto’s gemaakt van degene die hem had gevangen. Dat was dus iemand die 1000 euro had neergeteld om een dagje te vissen. De dag daarop voer deze man weer uit met Mark. Zo zie je maar, als je resultaten haalt, dan is er goed geld mee te verdienen.

Op vrijdag 25 juni vertrok ik naar het kleine eilandje Graciosa, noordelijk van Lanzarote dat tot de Kanarische Eilanden behoort. De tocht verliep uitstekend met veel wind uit de goede hoek. In het begin bij Madeira nog wat hoge golven, die al snel afzwakten. Maar ze bleven toch wel zo hoog en kort dat het een onrustige overtocht werd. Onderweg zag ik een mooie zeeschildpad. Prachtig zoals die dieren rustig aan de oppervlakte zwemmen. In twee en een halve dag maakte ik de overtocht van 290 zeemijlen en toen ik in het haventje van Caleta del Sebo aankwam werd ik door de bewaker een plek aangewezen en door een Franse liveaboard geholpen bij het aanleggen. Ik werd meteen uitgenodigd om langs te komen, want hij bleek met een andere Franse dame hun verjaardagen te vieren. Ik heb snel twee honeycakes uit Madeira meegenomen als geschenk en zat te midden van vijf liveaboards. Natuurlijk werd de hele avond Frans gesproken en leerde ik veel kennen van het eiland. Er werd heerlijke paella gegeten die blijkbaar van een plaatselijk restaurant was gehaald. Ik heb wel drie keer opgeschept want er was voldoende en mijn gastheer spoorde me aan om nog een bord op te scheppen. Ik heb vroeg afscheid genomen, want de vermoeidheid van de overtocht werd toch voelbaar.

De volgende dag heb ik ingecheckt bij de havenmeester en meteen geboekt voor vijf dagen, want wat ik aan de wal tegenkwam sprak me erg aan. Geen wegen, maar straten van zand en wit gepleisterde huisjes. Toch nog drie kleine supermarkten, een ijzerwarenhandel, postkantoor, bank, diverse café’s en een paar restaurants. Bijna geen verkeer, behalve de mountainbike die je hier kunt huren en een enkele Landrover. En die heb je ook wel nodig in de zandstraten. Het meest komische wat ik zag was een oude vrouw die haar straatje letterlijk schoon veegde met een bezem. Dat hield dus in dat ze het zand verplaatste, maar ze scheen het toch belangrijk genoeg te vinden. Dit is inderdaad een heel andere wereld, zoals het pilotbook over de Kanarische Eilanden over dit eilandje al aangeeft. Het enige nadeel dat je hier hebt is dat er minder zon is en veel wind. Het was op dit moment zelfs koud voor de bewoners en de meesten waren verkouden geworden door de afgelopen dagen met bewolking en wind. Voor mij was het heel aangenaam qua temperatuur en wat de wind betreft, die had ik nodig voor het opwekken van elektriciteit. Op de steiger stonden namelijk wel imposante schakel- en aansluitkasten voor elektriciteit maar er stond geen stroom op. Water was er wel op de steiger, maar tijdens de Franse avond had ik al gehoord dat er lieden waren die er ziek van werden. Toch nog maar even informeren bij wat wereldomzeilers op de steiger want die kunnen het weten. En ik had er twee in mijn directe nabijheid op de steiger. Een Fransman en een Duitser. Met de Duitser heb ik ‘s morgens een goed gesprek gehad over zijn belevenissen onderweg en vooral bij het passeren van het Panama-kanaal.

Op dinsdag 29 juni won Spanje in het WK voetbal van Portugal, en dat verhoogde de feestvreugde op het eilandje nog eens te meer. Ik heb er een prima verblijf gehad, hoewel ik wel moet zeggen dat de brede zandstraten een verlaten indruk maken. Als ik hier langer zou verblijven dan een week zou dat toch op mijn gemoed gaan werken. Je kunt het absoluut niet vergelijken met de rust en vredigheid die er buiten het toeristenseizoen op onze Waddeneilanden heersen. Het is een verlatenheid en uitgestrektheid die op je afkomt. Als kind zul je hier best een prachtige jeugd kunnen beleven, maar als je wat ouder wordt dan lijkt me het bestaan hier te beperkt. Nou is de verbinding met Lanzarote gelukkig voor de bewoners wel heel frequent door de veerdienst die vele malen per dag overvaart. Maar ook van Lanzarote zou ik me nog een beeld moeten vormen.

Op zaterdag 3 juli maakte ik de overtocht naar Lanzarote. Ik wilde naar Arrecife om shipshandlers te bezoeken. In de nabijheid van Arrecife zijn drie ankerplaatsen, waaronder de Puerto de Naos, en die heb ik gekozen. In het pilotbook staat de haven aangegeven als vol en weinig aantrekkelijk, en dat klopte ook wel. Toen ik aankwam werd ik niet echt blij van de aanblik, maar soms kan dat in de dagen dat je ergens ligt veranderen. In dit geval niet. Er waren drie boten waar iemand op woonde en de rest lag er verlaten bij. Mijn buren waren beste mensen. Ze gingen regelmatig met een klein zeilbootje naar de wal. En dan waren ze trots hoe ze alleen met de wind door de haven navigeerden. Het waren Spanjaarden en ze kenden elkaar blijkbaar nog niet zo lang, want ze gedroegen zich als tortelduifjes. Hij was de zestig ruim gepasseerd en zij was hooguit veertig. Die combinatie zie je vaker bij liveaboards. We zwaaiden regelmatig naar elkaar, maar van een echt gesprek kwam het niet. Op maandag waren de shipshandlers weer open en meteen om acht uur stond ik op de stoep. Ik heb daar eindelijk een Spaanse gastenvlag kunnen kopen, die ik op Madeira maar niet krijgen kon. Uit mijn ooghoeken zag ik twee prachtige roestvrijstalen Bruce ankers liggen, één van 9 kilo en één van 7,5 kilo. Die kleinste zou ik best willen hebben als hekanker. Mooi formaat en een goede grip. Maar op het grote anker zag ik een prijsje hangen die me toch even liet schrikken. Toen de prijs van het kleine anker opgezocht moest worden en 150 euro onder de prijs van het grotere anker bleek te liggen, wist ik zeker dat ze een fout maakten. Ik heb het anker gekocht en ben dus nu de gelukkige bezitter van een fonkelend Bruce hekanker.

Na die aankoop ben ik weer snel vertrokken, want zoals gezegd was de haven niet aantrekkelijk. Ik had op Madeira regelmatig gehoord van Marina Rubicón. Die moest heel mooi zijn en betaalbaar. Hij ligt op de zuidkust van Lanzarote en zou een mooi punt van vertrek zijn voor het zuidelijker gelegen eiland Fuerteventura. De tocht was maar 19 zeemijlen en die dag viel de wind in de versnellingszone aan de zuidkust mee. Hij ging wel van windkracht 2 naar windkracht 5 en soms 6, maar daar is nog goed tegenin te varen. Ik had dus de wind op de kop en moest de hele tocht motoren. Dat was nog niet eerder voorgekomen sinds mijn vertrek uit Falmouth. Altijd gunstige wind in de rug en nu ineens niet meer.

De aankomst in Marina Rubicón verliep prima en de ontvangst was bijzonder professioneel. Toen ik de Marina verkende viel mij op dat deze bezaaid is met plaza’s vol met restaurants en winkeltjes. En toch was het heel mooi aangelegd en had ik geen moeite met dit voor toeristen opgezette oord. Het is ook wel weer eens lekker om te kunnen douchen, pizza eten, WiFi gebruiken en water en stroom op de steiger te hebben. Ik heb er dan ook ruim van genoten. Bij de shipshandler heb ik twee dorado’s gekocht (ik hoop dat ik het goed schrijf), dat zijn luchthappers zoals die al sinds eeuwen op schepen worden gebruikt. Ik was mijn Vetus luchtverversers goed zat, met hun miniscule propellertje en zonnepaneel. Ze draaiden nooit uit zich zelf en ik moest ze altijd op weg helpen. Ik ben dus overgestapt op het aloude concept van de luchthappers. Die van Plastimo hebben trouwens een pracht systeem waarbij de luchthapper zichzelf sluit als er veel water binnenkomt. Daarnaast kun je hem van binnenuit openen en sluiten. Na het monteren van de luchthappers heb ik mijn boot nog eens bewonderd. Het geeft je boot namelijk ook nog eens een ander uiterlijk, en ik vind de verandering prachtig.

Wat ik nog bijna vergeet te vertellen is dat ik onderweg naar Marina Rubicón genoemd werd (broek naar beneden doen en je blote billen laten zien). Dat ging als volgt. Ik was bezig om de zuidoostelijke punt van Lanzarote te ronden toen er een moderne motorboot met sportvissers op me af kwam. Hij kwam van bakboord en moest mij voorrang geven. Op het laatste moment deed hij dat ook wel en er werd vanaf de flying bridge druk naar me gezwaaid door één van de jongere sportvissers. Op het laatst zwaaide hij zelfs met twee armen, draaide zich toen snel om, trok zijn broek naar beneden en toonde mij zijn blote billen. De etiquette op de Kanarische wateren van de buitenlandse bezoekers laat dus duidelijk te wensen over. Op de Middellandse Zee kom je dit ook tegen, dus ik was al wel wat gewend geraakt aan de decadentie die de toeristen soms aan de dag leggen. Veel alcoholgebruik en naakte lichaamsdelen, soms tot het absurde toe.

Op woensdagavond 7 juli, na de WK voetbalwedstrijd Spanje – Duitsland gezien te hebben, ben ik vertrokken naar het zuidelijker gelegen eiland Fuerteventura. De zuidpunt van Lanzarote kent namelijk een gemene windversnellingszone en ‘s nachts gaat de wind wat liggen. De volgende ochtend om tien uur kwam ik aan in Gran Tarajal, een haven die mij was aanbevolen. Nu kon je voorheen in de haven en buiten de haven ankeren, maar inmiddels was de situatie wat veranderd. In de haven waren nieuwe steigers gemaakt en mocht niet meer worden geankerd en buiten de haven was de ankerplaats in de baai kleiner geworden i.v.m. een afgeschermd gedeelte voor strandgasten. Toch heb ik buiten in de baai geankerd en daar trof ik Zwitserse Vincent met zijn stalen boot aan. Daarmee had hij 14 maanden doorgebracht in Marokko. Sinds 2008 was hij op reis.en leefde hij permanent aan boord. Hij was kunstschilder, hetgeen goed bij zijn naam pastte. We hebben wat ervaringen uitgewisseld. Toen ik aankwam zei hij al dat het goede ankergrond (zand) was, maar dat er soms wel een behoorlijke deining kan staan. En dat was ook zo. Het anker hield prima, maar de boot ging behoorlijk te keer. Toch heb ik toen goed geslapen en de volgende dag ben ik toch maar gebleven. Is ook een goede oefening, wat je zelf aankunt qua ongemakken tijdens geankerd liggen.

Op zaterdagavond rond acht uur was ik van een afstand getuige van een dramatische afloop van een ongeval. Ik zag een volksoploopje, het strand was eigenlijk helemaal niet zo bezet, en ik hoorde de sirene van een ambulance. Toen ik met de verrekijker keek, zag ik dat mensen op het strand een drenkeling aan het reanimeren waren. Toen het ambulancepersoneel en de politie ter plaatse waren, was het snel duidelijk dat er niets meer gedaan kon worden en werd er een badlaken over het lichaam van de oudere vrouw gelegd. De echtgenoot en familie zochten steun bij elkaar. Als je op het water woont, ben je helaas ook getuige van een dergelijk lijden. Het duurde zeker drie uren voordat fotograaf, lijkschouwer en lijkwagen ter plaatse waren. Al die tijd stond er een harde wind, windkracht 6, en moesten ze het lichaam door hogere waterstand en harde wind hogerop het strand verplaatsen. De harde muziek die tijdens het weekend op het strand wordt gedraaid was uitgezet. Zodra de vrouw met de lijkwagen werd weggehaald begon de muziek weer. Het leven gaat gewoon door.

Tja, en dan op zondag de finale Nederland tegen Spanje. Wat moet ik ervan zeggen. Voor de Spanjaarden werd het een feestavond, voor ons Nederlanders een ontluistering. Gelukkig speelde Spanje vanaf het begin beter, zeker in de eerste helft en de verlenging, dus heb ik er vrede mee. Kansen hebben we gehad, maar niet benut. Via de Wereldomroep heb ik de partijen kunnen volgen. En nu volg ik verder de Tour de France en het nieuws uit Nederland. Flink noodweer in Nederland af en toe. En ook hier heeft de wind sinds die zaterdag niet meer onder de windkracht 5 tot 6 gezeten. Ik heb het tweede anker, het nieuwe Bruce anker met de rubberboot uitgezet en goed geslapen op een slingerende boot. Het is jammer dat er nogal wat mensen zijn die afzien van het ankeren omdat ze dan niet rustig slapen, want het geeft toch zoveel vrijheid. Ik kan maar één advies geven: maak je toch vertrouwd met de techniek van het op een juiste wijze inbrengen van het anker. Het is namelijk ook je enige rem als er iets fout gaat met de zeilen of de motor en je bevindt je op niet al te diep water. Het kan maar geleerd zijn.

Op Graciosa had ik ook Duitse Axel leren kennen, en dat was niet die wereldomzeiler. Het is een jonge knul die in de automatisering veel geld verdiend heeft. Hij had samen met vrienden een bedrijf opgericht en ze zijn zelfs twee jaren achter elkaar in Duitsland ondernemer van het jaar geweest. Dan moet je toch wat in je mars hebben. Uiteindelijk heeft hij zijn aandelen verkocht en gaat nu de wereld bereizen. Hij had in Caleta del Sebo van een Fransman een aluminium boot gekocht en ging naar Las Palmas om de tuigage te vervangen. Ik zal hem daar bezoeken, met name omdat ik van hem het boek World Routes van Jimmy Cornell kan overnemen. Hij had het in december gekocht en zou dan zelf weer een nieuwe kopen. Ik had dat boek van Amerikanen gekregen die ik op de Middellandse Zee had leren kennen, toen ik drie maanden op hun kat had gepast terwijl zij in Amerike verbleven. Het boek was door waterschade echter helemaal onbruikbaar geworden en ik heb het moeten weggooien. Ik dacht onderweg wel weer een nieuwe te kunnen kopen, maar dat viel tegen. Axel heeft twee boten, de pas aangeschafte en nog een boot die al in Las Palmas lag en verkocht moest worden. Het boek had hij op Graciosa niet bij zich, want dat bevond zich op die andere boot. Mijn bestemming is dus Las Palmas om met name Axel te bezoeken, maar ik moet nog even wachten met de overtocht. Op dit moment, we schrijven maandag 12 juli, neemt de wind toe en dat zal morgen niet beter worden. Woensdag of donderdag zou de overtocht met matiger wind moeten lukken. In het weekend wordt weer krachtiger wind verwacht, maar dit keer echt hevig. Ik zal dus afwachten of de voorspellingen uitkomen en dan overvaren. Dat is 80 zeemijlen en als ik dan later in de ochtend hier vertrek, zou ik de volgende ochtend in Las Palmas moeten kunnen aankomen. En daarover lezen jullie in een volgend verslag.

Groeten.

Henk Oosterwijk
a/b Sogno d’Oro


Laat een reactie achter